Geestelijke wezens en het ontstaan van de planeten.
 
Dionysius de leerling van apostel Paulus zag de geestelijke wereld van de planeten precies het zelfde als de oude Risji’s (wijzen uit het oosten). Hij benadrukte de kracht van het geestelijke en koos hij woorden waarvan hij zeker wist dat ze ook geestelijk geïnterpreteerd zouden worden. Hij sprak van Engelen, Aards Engelen, Oerkrachten, Machten, Krachten, Heerschappijen, Tronen, Cherubijnen en Serafijnen.
 
Het verband tussen de hemellichamen en de geestelijke krachten die daar op inwerken.
De geestelijke kracht die inwerken op planeet:        
Planeet In de nieuwe taal In de oude taal   
- Aarde - Mens       
- Maan - Engelen  - Angeloi    
- Mercurius- Aartsengelen - Archai-Angeloiof vuurgeesten 
- Venus - Geesten v/d persoonlijkheid- Archai of geesten van het oerbegin
- Zon - Machten - Exousiai of geesten van de vorm
- Mars - Krachten - Dynameisof geesten van beweging
- Jupiter - Heerschappijen - Kyriotètesof geesten van wijsheid
- Saturnus-Tronen                                     - Thronos        of geesten van de wil
  - Cherubijnen      
  - Serafijnen      
figuur 1.1

Deze wezens Serafijnen, Cherubijnen en de Tronen zijn voor ons de hoogste Hiërarchieën onder de goddelijke wezens omdat zij al hun ontwikkeling in het zonnestelsel hebben doorgemaakt en tot grootste kosmische offer diensten zijn opgestegen. Deze 1e drieledige Hiërarchieën (Heerschappijen, Krachten , Machten) zijn in de onmiddellijke nabijheid gekomen van de hoogste goddelijkheid of wel God. wij noemen deze drie Hiërarchieën ook wel triniteit, de drievoudige goddelijkheid. We kennen deze drie onder verschillende namen: drievoudige goddelijkheid, triniteit, Brahma, Sjiva, Visjnoe, of als Vader, Woord/Zoon en heilige Geest.
 
Inwerking vanuit de kosmos
Deze drie Goddelijke wezens van de 1e drieledige Hiërarchie hebben als taak nieuwe zonnestelsels geboren te laten worden. De Serafijnen hebben als taak de hoogste ideeën van de goddelijkheid / God in ontvangst te nemen. De Cherubijnen hebben als taak de ideeën van de hoogste goddelijkheid in wijsheid uit te drukken en deze wijsheid in uitvoerbare plannen uit te drukken. De Tronen de derde rang heeft als taak, eenvoudig uitgedrukt: de handen uit de mouwen te steken en deze plannen in zichtbare werkelijkheid uit te drukken. Middels het element Vuur wordt de eerste fase van verwerking van de goddelijke plannen door de Tronen gerealiseerd. Zie tekening hoe de energieën van boven naar beneden inwerken.
 
Inwerking vanuit de Aarde
Er zijn ook nog andere wezens aanwezig, we noemen deze wezens de 2e drieledige Hiërarchie: eerste trap Heerschappijen, tweede trap Krachten en de derde trap de Machten.  Deze tweede drieledige Hiërarchie werkt op ons vanuit de Planeet zelf. De Heerschappijen nemen uit de atmosfeer rondom de planeet in ontvangst wat door de drie hogere Hiërarchieën wordt aangedragen. Dit wordt door de krachten verder getransformeerd en ten uitvoer gebracht. De Machten zijn de instant houders van wat door de hogere goddelijke drie-eenheid (Serafijnen, Cherubijnen en Tronen) is toegezonden.
 
Conclusie: We zien dus dat hier twee keer drie geestelijke Hiërarchieën werken. De wezens van de 1e drieledige Hiërarchie (Serafijnen, Cherubijnen en Tronen), deze werken vanuit de kosmos op ons in, en de wezens van de 2e drieledige Hiërarchie de (Heerschappijen, Krachten en de Machten). Deze drie energieën werken vanuit de planeet / aarde naar buiten toe op ons in.
 
Daarom is het ook belangrijk als therapeut, de cliënt voor elke behandeling (niet voor de meting) te verbinden met de galactische Zon, de Ziel en Moeder Aarde. Op deze wijze maken we een verbinding met de triniteit of wel de drieledige Hiërarchieën die vanuit de kosmos als vanuit de Aarde op ons mensen inwerken. figuur 1.2


 figuur 1.2 de inwerking van de kosmische Hiërarchieën

De oude culturen die op deze aarde geleefd hebben (de Atlantische tijd en daarvoor) zagen de hemellichamen er heel anders uit als wij het tegenwoordig zien. Om een voorbeeld te geven stel je een ruimte voor die met nevel / mist gevuld is, daarin schijnt een felle lamp. Je ziet de lichtbron niet als een helder object (planeet) maar je ziet een punt waaruit het licht uitstraalt, diffuus. Je ziet een grote (aura) om de lichtbron heen. Dit is beeldend uitgelegd hoe de oude hoogstaande culturen op deze aarde de hemel – heel-al hebben gezien en hebben bestudeerd.
In deze tijd zijn wij mensen dusdanig vermaterialiseert dat wij alleen nog de grofstoffelijke waarneming kunnen zien en alles proberen te begrijpen aan de hand van materiële beelden en waarnemingen.
 
Precies zoals de mens incarnatie na incarnatie beleeft, metamorfose na metamorfose. Zo maken alle wezens in de kosmos van groot naar klein telkens nieuwe belichamingen door. Dat geld dus ook voor wezens als de aarde zelf. De aarde is niet meteen als aarde ontstaan, maar daar gingen ook verschillende fasen aan vooraf. De vier fasen die de Aarde al heeft doorgemaakt zijn: De Saturnus fase, de Zon fase de Maan fase en de Aarde fase, (Het geet hier niet over de huidige planeten zoals we die nu kennen, deze namen zijn slechts woorden voor een bepaalde toestand). Deze vorm ‘Aarde’ zoals wij haar nu kennen als materie zal niet haar eind fase zijn. We kennen de volgende ontwikkelingsfase van de Aarde: Saturnus, Zon, Maan, Aarde, Jupiter, Venus en Vulcanus. Vulcanus zal uiteindelijke de laatste fase van ontwikkeling zijn, Vulcanus heeft uiteindelijk de rijpheid bereikt zich op te lossen. Dan zijn de (mensen) zover opgeklommen tot hoogste wezens van de Tronen, Cherubijnen en Serafijnen.
 
De Saturnus fase, de 1e toestand:
Er is nu nog geen zichtbare planeet aanwezig. De toestand laat zich het beste beschrijven als een warmte planeet, iets dat innerlijke warmte uitstraalt, (geen uiterlijke warmte als de Zon, maar een innerlijk voelende warmte). De grote van de oude Saturnus bedraagt een afstand gezien vanaf het centrum ven onze zon tot aan Saturnus. Heel langzaam transformeert deze Saturnus toestand naar een uiterlijk voelbare warmte planeet. De volgende fase van de oude Aarde is de Zon fase. De kracht die werkzaam is op de oude Saturnus is denkkracht. Denkkracht is de kracht van de beeldende voorstelling. Hier wordt de eerste aanleg gevormd tot het fysieke menselijke lichaam. Saturnus ontstaat onder het sterrenbeeld Leeuw.
Het element bij de Saturnus fase is: Vuur     -    Hier actief zijn de geesten van de wil
 
De Zon fase, de 2e toestand:
Nu is de oude Saturnus veranderd in een warmte / licht uistralende vuurbol. De grote is voor te stellen
als een bol in het centrum van onze zon gezien tot aan Jupiter. De zonnen van dit moment maken deze fase op dit moment door. Tijdens de Saturnus toestand ontwikkelde zich de warmte en tijdens de zonnen ontwikkeling ontstaat er ook het zichtbare licht dat uit het vuur ontspringt. De ontwikkeling van het ether lichaam. De Zon ontstaat onder het teken Schorpioen.
Het element dat bij de Zon fase hoort is: Lucht   -   Hier werkten de geesten van de wijsheid
 
De Maan fase, de 3e toestand:
Na een verdere verdichting ontstaat de oude Maan. Je moet de grote van deze planeet voorstellen als het centrum van de zon gezien tot aan de huidige Mars. Je ziet dus dat bij elke verdichting van het geestelijke tot materie de oude aarde kleiner word.
Op deze oude Maan zijn alleen het element Vuur en Lucht aanwezig. Door deze geestelijke verandering lijft de oude Maan het element Water in. Vuur en Lucht verdichten zich tot het element Water. De eerste ‘vaste’ stof ontstaat, nog geen Aarde maar een iets beweeglijkere vaste  stof. Tijdens de Maan fase ontwikkeld de mens zijn astral lichaam. En de Maan ontstaat onder het teken Waterman, Watermens of Mens genoemd.
Het element dat bij de Maan fase hoort is: Water    -   Hier werkten de geesten van de beweging.
 
Gedurende  de tijd dat de oude Zon in de maan verandert, doet zich een bijzondere ontwikkeling voor.
Er vind een splitsing van krachten plaats. De oude Zon splitst zich in twee lichamen, de oude Zon en de Maan. De geestelijke lichamen op de Zon ontwikkelt zich nu hoger. Terwijl de geestelijke lichamen op de Maan zich nu langzamer ontwikkelen. Deze schijding is totstand gekomen tijdens de heerschappij van de krachten. In vele mysteriën van vele culturen wordt dit de strijd aan de hemel genoemd. De Krachten scheiden zich van elkaar omdat de ene verder was in ontwikkeling dan de ander. De snellere krachten bleven op de Zon en de andere krachten gingen aar de Maan. In een mensenleven zijn er ook mensen die zich sneller en langzamer ontwikkelen.
(in onze moderne tijd spreekt men van Tiamat de oude Aarde, deze is gebotst met Niburu, waardoor een deel van de oude aarde is afgeslagen en zich tot Maan heeft ontwikkeld. Een deel van deze brokstukken cirkelen nu rond tussen Mars en Jupiter de asteroïde gordel) daarom draagt Mars in de Astrologie ook het karakter van kracht en vechterslust.

De Aarde fase, de 4e toestand:
Het is de taak van de aarde zoals wij deze nu kennen het bestaan van de mens mogelijk te maken.
Alle invloeden die van de aarde uitgaan zijn zo dat de mens er een ik-wezen door wordt.  En de Aarde fase ontstaat onder het teken Stier,
Het element bij de Aarde fase: Aarde



figuur 1.3 Het vaste kruis binnen de Astrologie

Het ontstaan van onze aarde en de mens.
We proberen nu eenvoudig een voorstelling te maken hoe de verschillende Aarde ontwikkelingen zich hebben voorgedaan, en hoe het leven (de mens) zich ontwikkeld heeft. (figuur 1.4)


 figuur 1.4 De eerste ontwikkeling van de oude Aarde (de Saturnus ontwikkeling)
 
De tekening boven geeft een schematische beeld weer hoe de eerste aanleg heeft plaatsgevonden voor de ontwikkeling van Saturnus (de allereerste ontwikkeling van de aarde). Vanuit het heel-al werken de krachten van de Tronen, Cherubijnen, Serafijnen. Van deze wezens zijn er 12 verschillende soorten, elk met kun unieke kwaliteit, en vanuit het centrum werken de krachten van de Heerschappijen, Krachten en Machten op elkaar in. Tussen deze twee bevind zich een neutrale zone, (zie lichtgrijze strepen). De grijze pijlen geven de richting aan van elkaars werkgebied.
In deze neutrale zone gaat zich een bol ontwikkelen van warmte tijdens de eerste ontwikkeling komt de energie van de drie uit het teken Leo / Leeuw, waarna de volgende ontwikkeling uit het teken Kreeft komt en dan uit het teken Tweelingen e.z.v. (onthoud dat we het hier over de geestelijke wezens hebben wanneer we spreken over de dierenriem.)
Op het moment dat deze bol zich met warmte substantie begint te vullen vanuit de wezens die van twee kanten werkzaam zijn de Tronen, Cherubijnen, Serafijnen en de Heerschappijen of geesten van wijsheid, Krachten of geesten van beweging en Machten geesten van vorm. De warmte bol die ontstaat is de uitwerking daarvan. Zoals eerder beschreven kunnen we onderscheid maken tussen innerlijk vuur, zielenvuur dat aanvoelt als een innerlijke behaaglijke warmte dat werkt vanuit de kosmos en een vuur dat uiterlijk waarneembaar is, dit vuur werkt vanuit het centrum. Tussenbeide licht een neutrale zone (tussen de grijze lijnen). Deze warmte bol zit ingesloten tussen twee stromingen, en begint te roteren. Als de rotatie weer uitkomt bij het begin zijn hier in deze bol alle energieën van de twaalf dierenriemtekens (de Tronen, Cherubijnen, Serafijnen) in opgenomen, zo ontstaat bol naar bol. Als zich genoeg bollen met warmte vuur ontwikkeld hebben vallen alle bollen te samen. Deze bol bestaat om het zo te zeggen uit de dichtst vuurmaterie en vormt tevens wat we in engere zin Saturnus kunnen noemen want hij staat op de plek waar nu onze Saturnus staat.

Op deze manier zijn ook de volgende twee toestanden va de oude Aarde ontstaan, namelijk de Zonnen toestand en de Maan toestand. Deze ontwikkeling komt op het zelfde neer. Er ontwikkelde zich een Zonnen toestand die ons beginnend lichaam het ether lichaam heeft geschonken deze plaats wordt gemarkeerd door onze huidige Jupiter. Als derde fase was er de Maan ontwikkeling waar we onze Astrale lichaam hebben ontwikkeld deze fase heeft onze huidige Mars achter gelaten.
Zoals eerder gezegd ontwikkeld zich tijdens de Zon fase het ether lichaam en tijdens de Maan fase het astrale lichaam. Nu naderen we de Aarde toestand. Dit is de vierde ontwikkelingsfase van onze planeet, en tevens de fase waarop wij ons nu bevinden. Tijdens de Aarde fase ontwikkelt de mens zijn ik, dit gebeurde in de Limurische tijd onder het teken Stier.
 
De vorming van het mensenleven en de organen
Op deze oude Saturnus, de voorloper van de Aarde is het begin van het fysieke menselijke lichaam gevormd. De eerste aanleg wordt gevormd uit warmte. Op het punt waar de eerste impuls tot beweging weer tot rust komt (in het teken Leeuw), is de aanleg ontstaan van het hart. Van deze eerste bewegingsimpuls gaat de beweging van het hart uit, het ontstaat in zijn eerste vorm alleen doordat de beweging op dit punt ook weer tot rust komt. Daardoor wordt het hart het orgaan waardoor het hele fysieke lichaam in al zijn functies tot rust komt, wanneer het ophoud met kloppen.
Zo zijn ook alle andere organen van het menselijk lichaam door de dierenriem (kosmische Hiërarchieën) gevormd. De borstkast, dus dat wat nodig is om het hart te beschermen. Dit is het eerstvolgende wat er in vroegste stadium van de mens wordt aangelegd, wat het sluiten van het hart genoemd wordt. De naam pantser is ontleent uit van het dier dat van nature zo’n pantser bezit namelijk de Kreeft. Onder het sterrenbeeld Tweelingen wordt de aanleg gelegd voor de ontwikkeling van de dualiteit in ons lichaam, twee hersenhelften, twee longen, twee ogen, oren, handen, benen. Tijdens de Stier periode ontwikkeld de vormende mens zijn longen en alle organen die met de luchtwegen temaken hebben, En tijdens de Ram periode de schedel en hersenen en alles wat daar mee samenhangt, e.z.v.. Het is alleen niet altijd even gemakkelijk in de veelvuldig vertekende namen de oorspronkelijke bedoeling terug te vinden, de naam is vaak niet in rechte lijn overgeleverd.
 

Hoe de verschillende domeinen van de geestelijke wezens over ons zonnestelsel verdeelt zijn.
 
Ergens ver in het verleden tot aan Copernicus heeft er een visie bestaan op ons zonnestelsel, hoe dit eruit gezien heeft. In deze tijd geloofde men dat de Aarde in het middelpunt van ons zonnestelsel gestaan geeft, en dat de andere planeten daar omheen draaide. Sinds Copernicus weet men, wat men vroeger niet wist, dat de Zon in het middelpunt van ons zonnestelsel staat, en de planeten om de Zon heen draaien. Tot aan Copernicus kende mensen alleen de bewegingen aan de hemel door optische en geestelijke waarnemingen. Copernicus heeft een berekening gemaakt die louter gestoeld is op logisch nadenken en geen enkel rekening houd met de geestelijke inhoud daarvan.
Saturnus is vanaf onze aarde gezien de buitengrens met de Tronen als geestelijke heerser. Daarvoor moeten we wel de Aarde in het middelpunt van ons zonnestelsel plaatsen. Daarbuiten Saturnus bevinden zich nog twee plantenen en wel Uranus en Neptunis. Uranus en Neptunis halen een geweldige streep door de zojuist geschetste wereldbeeld en de kosmische hiërarchieën. Uranus en Neptunis maken heel andere banen om de Zon als de overige planeten. Hierover zijn de meningen erg verdeeld. Een theorie verondersteld dat deze planeten oorspronkelijk niet tot ons planetenstelsel behoord hebben.


figuur 1.5 Dit is de tekening zoals we ons zonnestelsel zagen voor Copernicus (dat eigenlijk onjuist is.)

Het Ptolemeïsche stelsel is geen zuiver fysiek op wetenschap berust system. Dit systeem gaat nog terug in de tijd dat men nog een geestelijke waarneming had en men wist dat de planeten een grenslijn aan gaf tot waar de invloedsgebieden van hogere wezens zich uitstrekte. De invloedsgebieden hebben we al eens behandeld, (zie figuur 1.1)

Dit systeem is opgesteld door de Zarathoestra (oud Perzische cultuurperiode werd gesticht door de Zarathoestra). In het oude wereldbeeld van de Zarathoestra is iets opgenomen wat verschilt van tegenwoordig. De zon maakt gedurende het jaar de gang door de sterrenbeelden (Ram tot Vissen). Elk jaar herhaalt zich dit systeem, maar toch klopt dit niet helemaal. Ieder jaar schuift de zon een kleinstukje op, dit komt door de draaiing van de aardas (tijd 25.900jaar) elke 65 jaar schuift de zon 1 graag op in de dierenriem en elke 2160 jaar schuift de zon een heel teken op. Ongeveer 3000 jaar voor christus stond de zon op het lentepunt in het teken Tweelingen, de tijd dat de mysteriën van Zarathoestra bloeide. De Zarathoestra zag de planten heel anders aan de hemel staan (zie figuur 1.6)
(figuur 1.7) geeft de (huidige) werkelijke stand van de planeten weer.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                                         figuur 1.6                                                                                          figuur 1.7
 
Het eerste wat opvalt is de volgorde van de planeten. Ook de namen Mercurius en Venus worden in elke oude leer anders om benoemd. Mercurius is Venus en Venus wordt Mercurius genoemd. Toen het kosmische stelsel in omgedraaid en de Aarde als middelpunt kwam te staan heeft men niet alleen het perspectief veranderd maar ook de beide planeten Mercurius en Venus. De Aarde staat in het centrum. De Maan als volgende het invloedsgebied van de Engelen. Daarna Mercurius het invloedsgebied van de Aartsengelen. Daarna Venus het invloedsgebied van de Geesten van de persoonlijkheid. Dan de Zon het invloedsgebied van de Machten. Dan Mars het invloedsgebied van de Krachten. Dan Jupiter het invloedsgebied van de Heerschappijen. En als laatste Saturnus het invloedsgebied van de Tronen.
Men moet zich de aarde dus als uitgangspunt voorstellen, juist omdat wij mensen op de aarde leven.
De planten kunnen eigenlijk elke willekeurige volgorde aannemen in ons zonnestelsel, het is maar net waar welke planeet staat op het moment dat men kijkt.
 
Hieronder zie je het juiste schema hoe de planeten staan ten opzichte van de aarde en de kosmische Hiërarchieën.


figuur 1.8 de kosmische hiërarchieën ten opzichte van de planeten in ons zonnestelsel
 
Bij deze tekening speelt het geen rol of de planeten conjunct staan met elkaar, (conjunct = als planeten dicht bij elkaar staan). Deze tekening hoeft alleen maar duidelijk temaken waar de banen van de planeten lopen, in werkelijkheid is dit ook geen cirkel maar een ellips vorm. De hoofdzaak is dat we hiermee de invloedsferen van de desbetreffende hiërarchieën op de juiste manier in beeld brengen.
 
Wanneer we dus spreken over het copernicaanse en het Ptolemeïsche stelsel, dan gaat het erom dat we beseffen dat in het stelsel van Ptolemeus iets bewaard is gebleven van de constellatie van de heersende geestelijke wezens, en dan moet het perspectief vanaf de aarde als uitgangspunt worden genomen. Als het om geestelijke werkzaamheid gaat, is het nu eenmaal niet de zon die het middelpunt van het stelsel is maar de aarde.

De geesteswetenschap zegt:
Zeker de zon mag een hemellichaam van grote betekenis zijn, want op haar zijn wezens tot ontwikkeling gekomen die hoger staan dan de mens. Maar waar het in de ontwikkeling om gaat, is de mens die op aarde leeft.
 
Samenvattend kunnen we zeggen
Tijdens de ontwikkeling van de oude aarde (Saturnus) maakten de geesten van de Persoonlijkheid hun stadium als mens zijn door. Tijdens de ontwikkeling van de Zon maakten de Aarts Engelen of Vuurgeesten genoemd hun menselijk bestaan door. En tijdens de Maan ontwikkeling maakten de Engelen hun mens zijn door. En op deze Aarde makt de mens zijn Mens-zijn door.